Situatieschets
We schrijven het jaar 1705.
De wereld is in oorlog, de oorlog die we nu de Spaanse successie oorlog noemen.
Deze duurt tot 1713, maar dat weten wij nog niet natuurlijk.
Het ging om de erfenis (de bezittingen) van Kare1 de 2e, de laatste Spaanse Habsburger.
Aanspraak op de erfenis werd gemaakt door de Duitse Keizer, als hoofd van het huis Habsburg, T.B.V. zijn zoon aartshertog Karel.
Lodewijk de 14e (Frankrijk) maakte ook aanspraak T.B.V. zijn kleinzoon Philips.
Engeland en de Republiek zagen liever geen familie van Lodewijk de 14e op de troon in Spanje, dus hielpen zij de Duitse Keizer.

Maar wat heeft dat nu met Allemansend te maken?
Het was in die tijd gewoonte om in tijd van oorlog elkaars handel en handelsvloot kapot te maken (nog steeds geloof ik), dat deden ze niet alleen met oorlogsschepen maar ook met burger schepen.
Allemaal volgens de regels, je haalde een kaperbrief of beter gezegd een vergunning om op de vijand te jagen en je ging aan het werk.
Er zat wel een nadeel aan, je moest de hele buit inleveren en dan ging rechter uitmaken of het allemaal klopte en volgens de regels was gegaan, en dan werd de boel per opbod verkocht.
Na aftrek van belastingen, kosten van opslag en weet ik al niet wat voor kosten, bleef er ook nog geld over voor de reder en scheepsbemanning.

We moeten daar niet te zielig over doen hoor, er was zoveel aan te verdienen dat alleen al vanuit Zeeland, gedurende de oorlog ongeveer 250 kapiteins met een commissiebrief (kaperbrief) in zee staken.
Willem Credo uit Veere was zo ongeveer kampioen met een score van 200 buitgemaakte schepen.
Maar ja, als je het schip en lading illegaal verkocht kon je er veel meer aan verdienen.
Heel aantrekkelijk natuurlijk, maar er zat ook een nadeel aan.
Een schip nemen zonder kaperbrief was niet allen schending van het oorlogsrecht, het was piraterij en daar stond de doodstraf op.
Heel veel lorrendraaiers, smokkelaars, piraten en ander gemeen volk maakten graag gebruik van de bescherming van een commissiebrief.
Vooral de Zeeuwen namen het niet zo nou, en op Curaçao en Eustatius ver weg van de republiek wilden ze ook wel een oogje dichtknijpen als er maar aan te verdienen viel en lorrendraaiers smokkelaars of piraten niet te duidelijk aanwezig waren.
Op Curaçao was net een belasting ingevoerd om piraterij te bestijden,dus konden ze in Nederland rustig slapen.

En nu komt Allemansend weer in beeld, we zijn de bemanning van De Jonge Kraai, met een commissiebrief. We zijn geland op een kust om het schip op te kalefateren en om water en brandhout in te slaan.